Marnix Gijsen, Marnix is het pseudoniem van Jan-Albert Goris
(Antwerpen 1899 Lubbeek 1984), Belgisch Nederlandstalig schrijver, was doctor in de
geschiedkundige wetenschappen (Leuven 1925), was ambtenaar en verbleef te New York als
Belgisch Commissaris voor de Informatie (19411964) en gevolmachtigd minister
(19591964). Na de Eerste Wereldoorlog was hij een van de belangrijkste dichters van
de expressionisten in Vlaanderen.
Zijn pseudoniem ontleende hij aan de namen Marnix van St Aldegonde (burgemeester van
Antwerpen in de 16e eeuw) en de achternaam Gijsen van zijn moeder.
Gijsen legde zich toe op het schrijven van romans en novellen en veroverde snel een
groot publiek na het succes van zijn eerste roman, Het boek van Joachim van Babylon
(1947), die, op het gegeven van het bijbels Suzannaverhaal, het symbolisch relaas van een
mislukt huwelijk en de bekentenis van een nieuw verworven levensinzicht bracht. Jaar na
jaar verschenen van hem korte romans en verhalen, waarvan Goed en kwaad (1951), Klaaglied
om Agnes (1951), De diaspora (1961), Het paard Ugo (1968) en De kroeg
van groot verdriet (1974) de opmerkelijkste zijn.
Voor een leeslijst is het genoemde Klaaglied om Agnes zeer aan te bevelen.