Maria Dermoût, (Pekalongan 1888 's-Gravenhage 1962), debuteerde pas op
63-jarige leeftijd met Nog pas gisteren (1951), waarin vele herinneringen aan haar
Indische kinderjaren verwerkt zijn die haar latere gedachten- en gevoelswereld in sterke
mate hebben bepaald. In haar werk, vooral in haar korte verhalen, is de Indonesische wijze
van vertellen en voordragen duidelijk te herkennen.
En dat vormt de aantrekkelijkheid voor een lezerspubliek dat iets herkent uit die
Indisch getinte taal een groep die meestal zelf daar herinneringen aan heeft.
Haar novelle De tienduizend dingen (1956), is een uit verhalen opgebouwde roman,
die uitdrukking geeft aan de idee dat de mens in samenhang leeft met en ondergeschikt is
aan de tienduizend dingen die samen de schepping bepalen. Haar stijl is
subtiel en persoonlijk.
Voor een lijstlijst zou ik een keuze doen uit het Verzameld Werk dat in 1988 verschenen
is.