|














| |
Remco Campert (1929), dichter en prozaïst, zoon van Jan Campert en de actrice Joekie
Broedelet, debuteerde in 1951 met de dichtbundel Vogels vliegen toch. Dat is werk
van een experimenteel dichter, hij behoort hiermee tot de Vijftigers. Zijn poëzie wordt
gekenmerkt door een directe woordkeuze en een verteltoon. Ook in zijn verhalen en romans
is de beheerste, sobere taal opvallend. Wat bij zijn proza opvalt is een afstand nemen
van dwingende regels. Dat uit zich b.v. ook in een eigen spelling, zoals aan titels als
Het leven is vurrukkulluk (door Remko Kampurt) is te zien. |
|
In de jaren vijftig behoorde hij tot de groep Amsterdamse jongeren wier
levensavonturen hij beschreef in genoemd boek Het leven is vurrukkulluk (1961).
Zijn roman Het gangstermeisje (1965) werd verfilmd, evenals een aantal korte
verhalen onder de titel Alle dagen feest (1976). Camperts roman Liefdes
schijnbewegingen werd ook een groot succes.
|
Hij schreef verder
filmscenario's, kinderboeken en columns in o.a. de Haagse Post en de Volkskrant.
Van 1974 tot 1977 verzorgde hij het driemaandelijks poëzietijdschrift Gedicht.
Zijn bekendheid bij een vrij groot publiek dankt hij niet alleen aan zijn
verstaanbaarheid, maar ook aan zijn vermogen om verschillende milieus en karaktertypes
treffend te beschrijven, zoals in De Harm & Miepje Kurk Story (1983) en Somber-
man's actie (1985; boekenweekgeschenk). De laatste jaren schrijft hij samen met Jan
Mulder een column in De Volkskrant. In 1979 werd hem de P.C. Hooftprijs 1976
toegekend voor zijn gehele dichtwerk. |
Voor een leeslijst zijn erg geschikt: Sombermans actie, Tjeempie
of Liesje in luiletterland (een sleutelroman) en de Harm & Miepje Kurk Story.

Maar ook de gebundelde Volkskrantcolumns als Tot zoens en Eetlezen zijn erg geschikt voor
een lijst.
|
|