Hugo Brandt Corstius studeerde wiskunde en later algemene taalwetenschap in Amsterdam,
promoveerde in 1970 op een onderwerp inzake computertalen en is werkzaam aan de
universiteiten van Amsterdam (algemene taalwetenschap) en Rotterdam (als buitengewoon
hoogleraar automatische informatieverwerking). Zijn betrokkenheid met taalkunde en
computers blijkt o.m. uit Blijf met je fikken van de luizepoten af (1972). Brandt
Corstius publiceert zijn essayistisch werk, waarin hij zijn onafhankelijke visies
scherpzinnig en met soms niets ontziende humor poneert, onder vele (ruim
dertig!) pseudoniemen, waaronder: Victor Baarn, J. Trapjes, Maaike Helder, Peter Malenkov,
Battus, Raoul Chapkis, Piet Grijs, Jan Eter, drs. G. van Buren, Stoker en Joop den Uyl .
Onder de naam Maaike Helder kan men columns van hem in de Volkskrant lezen.
Aanraders voor een leeslijst:
Ik sta op mijn hoofd (1966; Chapkis); De reizen van Pater Key (1966;
Chapkis); Zes dagen onbedachtzaamheid kan maken dat men eeuwig schreit (1966;
Chapkis); Grijsboek (1970 Letterkunst (1993; Battus); Onbewolkt
(1993); Water en vuur (1995).