Godfried Bomans, ('s-Gravenhage 1913 Bloemendaal 1971) studeerde rechten in
Amsterdam en psychologie in Nijmegen. Al tijdens zijn studententijd deed hij van zich
spreken, o.a. door het humoristische boekje. Memoires of gedenkschriften van Minister
Pieter Bas (1937) en het fijnzinnige Erik, of het klein insectenboek (1941)
Trouwens, al op jeugdige leeftijd schreef hij een parodistische detectiveroman en reeds in
zijn middelbare schooltijd een toneelstuk: Bloed en liefde.
Hij verwierf in de jaren vijftig en zestig veel populariteit met zijn boeken voor
volwassenen en voor kinderen: parodistische of speelse verhalen en ironische, soms tedere
sprookjes. (Ook een leesmethode voor het lager onderwijs verscheen van zijn hand: Pim,
Frits en Ida).
Het zou wel eens kunnen zijn dat hij zijn talent te veel verdeelde tussen wat echt goed
was in literair opzicht en de commercie.
Feit is dat hij anderen en zichzelf nogal eens herhaalde.
Toch kwam er in de jaren negentig hernieuwde belangstelling voor het werk van Bomans
door de uitgave van het Verzameld werk in zeven delen, (Nog niet compleet verschenen, er
is veel nog nimmer gepubliceerd materiaal bij).
Aanraders voor een leeslijst: Pieter Bas, Erik of het klein insectenboek (vergelijk dit
boek eens met De kleine Johannes door Frederik van Eeden).
Bomans was een bewonderaar van het werk van Charles Dickens en van Hildebrands Camera
Obscura. Je vindt veel invloeden van deze negentiende- eeuwers in zijn werk terug.
(Merk op dat zowel Nicolaas Beets (=Hildebrand) als Godfried Bomans graag over hun
geboorteplaats Haarlem schreven.
Tenslotte moeten nog genoemd worden (van het zeer vele dat Bomans schreef) de
parodistische bundel Kopstukken en de Sprookjes van zijn hand.
Stripverhalen van zijn hand (die aanvankelijk in de Volkskrant verschenen en later
werden gebundeld) zijn De avonturen van Pa Pinkelman (1952); Pa Pinkelman in de
politiek (1952); De avonturen van Tante Pollewop (1953).