J.C.Bloem (Oudshoorn 1887 Kalenberg 1966), Nederlands dichter, studeerde
rechten te Utrecht tot 1916, was ambtenaar, journalist en griffier aan enkele
kantongerechten.
In zijn eerste bundel, Het verlangen (1921), getuigt de dichter van een
goddelijke onvervuldheid die door haar spanning en stuwkracht het leven
draaglijk maakt.
Een voorbeeld van een gedicht hieruit:
| NOVEMBER Het regent en het is november
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is alengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan de tijd;
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd. |
In later werk verdiepte Bloems gevoel zich tot een aanvaarde weerloosheid ten opzichte van
eenzaamheid, ouderdom en dood.
Bloem boeide veel lezers: zijn Verzamelde gedichten bereikten een grote oplaag.