J. Bernlef is het pseudoniem van Hendrik Jan Marsman (St.-Pancras 1937), hij
debuteerde als dichter met Kokkels (1960) en als prozaïst met Stenen spoelen
(1960), waarvoor hij de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving. Tot ongeveer 1970 richtte hij
zich, zowel in proza als in poëzie, in brede zin op het verzamelen van het gewone,
alledaagse. Na 1970 werd vooral zijn poëzie ingewikkelder en strakker van vorm. Maar de
meeste aandacht gaat sinds de jaren tachtig uit naar zijn romans. Vanaf het begin heeft
hij zich met de menselijke essentie beziggehouden: het geheugen, de identiteit, leven en
dood. In de roman Hersenschimmen (1984), die veel aandacht trok, beschrijft hij een
dementeringsproces. Daarvoor waren onder meer verschenen de romans Sneeuw, Meeuwen en
Onder ijsbergen.
Genoemde boeken zijn uitstekende romans om op een leeslijst te plaatsen.
Opvallend is dat er voor de lezer vrijwel altijd een onopgelost raadsel overblijft. We
weten bijvoorbeeld niet wie in Meeuwen een moord heeft begaan op een kind, we weten niet
precies hoe een auto-ongeluk in de roman Sneeuw heeft kunnen gebeuren, we kennen
onvoldoende de drijfveren van de eskimos in Onder ijsbergen.
Maar zo is het echte leven: een mens ziet ook maar fragmenten in de wereld waarin hij
leeft niet alle raadsels worden voor hem
Bernlef heeft veel invloeden uit Scandinavie ondergaan: hij heeft jaren doorgebracht in
Zweden.
Van zijn zeer omvangrijke productie kan hier ook nog worden genoemd : Eclips. (Het
verhaal over een geheugenverlies.) Deze minder bekende roman van Bernlef is een soort
tegenhanger van de roman Hersenschimmen.