Belcampo, pseudoniem van Herman Pieter Schönfeld Wichers (Naarden 1902
Groningen 1990) studeerde te Amsterdam rechten en medicijnen en werd studentenarts te
Groningen.(Merk op dat zijn pseudoniem dus een latijnse vertaling van een gedeelte van
zijn naam is, evenals dit bijvoorbeeld gedaan is door Vasalis (= Leenmans).
Al uit zijn studententijd dagtekenen verscheidene studentikoos-humoristische verhalen. Een
goed voorbeeld daarvan is het Oleografisch testament. Vrij bekend werd zijn verhaal Het
Grote Gebeuren. In dat verhaal wordt met enige ironie de strenge geloofsgemeenschap in
Rijsen (in welke plaats Belcampo zijn jeugd doorbracht) in beeld gebracht.
Wie kennis wil maken met zijn stijl kan bijvoorbeeld het verhaal Een bekentenis eens
lezen. Of natuurlijk een of meer van de ontelbare verhalen die in vele bundels van zijn
hand verschenen.
Zijn verhalenbundels verschenen onder vele titels: Verhalen (1935); De
zwerftochten van Belcampo (z.j. = 1938); Nieuwe verhalen (1946); Sprongen in
de branding (1950); Liefde's verbijstering (1953); Het grote gebeuren
(1958; bibliofiele uitg.); Tussen hemel en afgrond (1959); Verborgenheden
(1964); De ideale dahlia (1968); De filosofie van het belcampisme (1972); De
toverlantaarn van het christendom (1975); De dingen de baas (1976); Rozen op
de rails (1979); De drie liefdes van tante Bertha (1982); Pandora's album
(1989).