In januari 1932 verscheen het eerste nummer van een nieuw literair blad, Forum', dat
weldra een roemruchte rol in onze literatuur zou spelen.
De redactie van dit literaire tijdschrift bestond uit de Noord-Nederlanders Menno ter Braak en E. du Perron
en de Zuid-Nederlander Maurice Roelants.
Wat hun voor ogen stond, was een literatuur waarin niet in de eerste plaats verheven
gevoelens en denkbeelden onder woorden zouden worden gebracht, maar waarin de schrijver
zich zo eerlijk mogelijk rekenschap probeert te geven van de houding die hij in het leven
inneemt. Een gevolg van deze opvatting was dat de redactie de voorkeur gaf aan een
nuchtere, ironische, zelfs zakelijke manier van schrijven boven lyrische of
sentimentele ontboezemingen. Brieven, dagboeken of andere onthullende 'documents humains'
waren zelfs speciaal favoriet: de kans dat de echte persoonlijkheid van de schrijver zich
hierin achter mooie woorden probeert te verbergen, was immers veel kleiner dan in de
officiële literatuur.
Duidelijk is dat dit standpunt van de redacteuren van Forum
in het in elk geval bijzonder gevolgen had voor de poëzie. Gedichten van Forummannen als
Du Perron en Vestdijk rijmden nog wel maar waren vaak meer vertellend dan lyrisch. De
poëzie van de nieuwe zakelijkheid wordt poésie parlante of parlando-poëzie genoemd,
omdat ze geschreven is in de alledaagse taal en qua ritme het gewone spreken benadert.
Ook in kritisch opzicht namen de redacteuren van Forum een opvallend standpunt in. Zij
kozen voor een persoonlijke kritiek.
De NIEUWE ZAKELIJKHEID is nauw verbonden met de problematiek van de jaren dertig, De
sociale en politieke omstandigheden lieten de letterkunde niet onberoerd. Het was geen
tijd om zich te verliezen in vormexperimenten, het werd tijd om partij te kiezen.
Men wilde een groot publiek bereiken en dat kan alleen maar met 'normale literatuur.
Grote schrijvers als in Duitsland Bertold Brecht schaamden zich niet om cabaret- en
revueteksten te schrijven, waarin een duidelijke mening over het wereldgebeuren werd
uitgesproken. Het nuchtere en bovenal maatschappijkritische karakter van de literatuur
klinkt door in titels als Kleiner Mann, was nun? (1932) van Hans Fallada.
In Nederland en Vlaanderen vinden we titels als Najaarsopruiming (1931) van Jan Greshoff,
Bij gebrek aan ernst (1926) van E. du Perron en Kaas (1933) van Willem Elsschot.
De kritische houding had vooral betrekking op het opdringende fascisme. In 1936 werd in
Nederland het Comité van Waakzaamheid opgericht door onder anderen Menno ter Braak en de
historicus Jan Romein. Het stelde zich ten doel de antifascistische krachten te bundelen.
In Duitsland hadden de antifascisten het intussen al zeer moeilijk. In Berlijn vond in
1933 de beruchte boekverbranding plaats, waarbij de werken van vrijwel alle grote Duitse
schrijvers van deze eeuw op de brandstapel werden geworpen. talloze schrijvers weken uit
naar het buitenland (Thomas en Heinrich Mann, Brecht, Schwitters, Huelsenbeck, Döblin).
Anderen, zoals Kästner en Wiechert bleven achter, maar konden niet meer publiceren.
E. du Perron (1899-1940)
Du Perron was vriend en geestverwant van Menno ter Braak. Samen met hem
richtte hij het tijdschrift Forum op.
Zijn persoonlijkheid had iets zeer kosmopolitisch: hier droeg zijn opvoeding in
Nederlands-Indië toe bij.
Latere woonplaatsen als Brussel en Parijs maakten dat hij kennis maakte met het Europese
culturele leven.
Autobiografisch is zijn roman Het land van herkomst.
De laatste jaren van zijn leven werd hij gegrepen door het leven van Multatuli: hij
besloot allerlei gegevens over deze schrijver bijeen te brengen. Zijn boek daarover heet:
De man van Lebak. De schrijver was voornemens meer over dit onderwerp te publiceren
(Bewijzen uit het pak van Sjaalman) maar zijn betrekkelijk vroege dood verhinderde dat.
Een historische roman van hem is Schandaal in Holland (over de
gebroeders Van Haren).
Zijn briefwisselingen met Ter Braak en anderen zijn volledig uitgegeven.
Du Perron stierf op dezelfde dag als Ter Braak, 14 mei 1940, aan een
hartaanval.