Nijhoff, Vasalis

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Ostaijen, Marsman
Slauerhoff, Doolaard
Nijhoff, Vasalis
Bomans, Carmiggelt
ter Braack, duPerron
Elsschot, Bordewijk
Helman, Vestdijk
Tenslotte

Nijhoff, Vasalis, Gerhardt, Eybers

 

09Nijhoff.jpg (38456 bytes)

 

De bekende dichter Martinus Nijhoff (1894-1953), die veel werk in de jaren dertig publiceerde is vrij moeilijk in te delen bij een groep schrijvers.
Hij wordt beschouwd als de grondlegger van het Modernisme.

Opvallend is dat er in zijn gedichten vaste symbolen voorkomen als het kind, de moeder, de soldaat.

 

 

In deze periode komen drie dichteressen aan het woord die een grote naam in de Nederlandse literatuur hebben verworven.

Dat zijn: Maria Vasalis, pseudoniem van Mevr. Drooglever-Fortuyn-Leenmans, Ida Gerhardt en Elisabeth Eybers.

Elisabeth Eybers (geboren in 1915 in Zuid-Afrika) woonde een groot deel van haar leven in haar geboorteland.
Ook nu ze al jaren in Amsterdam woont is ze haar gedichten in het Zuid-Afrikaans blijven schrijven.
Enkele bekende bundels zijn: Neerslag, Noodluik en Rymdwang.

Een voorbeeld van een gedicht van haar volgt hieronder:

KWATRYN

 

Bezitloosheid verlos mens van verlies:
as jy op lange laas genoeg gely’t
los jy wat onherkrygbaar is en kies
van leegheid die verworwe sorgloosheid.

 

(Een poging dit kwatrijn te vertalen volgt hieronder; Kees)

Bezitloosheid verlost de mens van elk verlies:
als u genoeg geleden heeft om wat u jammerlijk ontbeerde
laat u ten leste gaan wat niet meer haalbaar is en kiest
in armoe de u geschonken zorgeloosheid, los van het begeerde.

 

Ida Gerhardt is de meest aan religie gebonden dichteres van de drie. Ze was docente Klassieke talen.
Zeer bekend werd het gedicht

HET CARILLON

 

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht. -
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokketoren
na 't donker-bronzen urenslaan
ving, over heel de stad te horen,
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: -een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen
Wij slaan het oog tot U omhoog.'

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant
stond ik te luist'ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
en Hollands licht over de stad -
Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.

(oorlogsjaar 1941)

 

 Vorige HomePage Omhoog Volgende