Heel veel andere romans van zijn hand zijn er, waaronder: Zuid-Zuid-West,
De rancho der X mysteries en Waarom niet? (Het laatste boek werd
nogal bekritiseerd door Menno ter Braak die zich afvroeg: 'Waarom wel?'.
Helman was afkomstig uit Suriname, zijn ware naam was Lou Lichtveld.
Hieronder een fragment van de hand van Albert Helman, het begin van het boek De Stille
Plantage:
Herinneringen zijn als schuwe vogels die fladderen van dak tot dak, die nauwelijks de
toppen raken en weer zweven in de lucht. Pas als zij lange dagen zwalken, en de avond
valt, en als zij nat en zwaar van regen, huiverend over het nachtland gaan, dan eerst
zwiert weer hun vlucht omlaag en vinden zij de lome weiden, open valleien ,t grijs
en stil moeras. En trager komen ze neergestreken, een voor een, verloren in de duisternis;
hun kleur werd één met die van het veld, zij zijn even moe en zwaar als de aarde.
Geen die dan nog beweegt, totdat een bleke zon, lang, laat daarna ze opschrikt uit hun
droom en verder jaagt.
Want geen die 's ochtends meer het land herkent, en die nog weet waar de lome zwarte
avondweide bleef. Een kreet en zij peinzen: hoe kwamen wij hier. Een zonnescheut, en zij
denken: verder, verder, verder moet het zijn. En eer de luiken van verre huizen de morgen
komen ontdekken, zijn ze weer omhooggevlogen. Het licht ging zich nestelen tussen hun
vleugels; de avondwind is dauw geworden, van hun sterrendroom bleef slechts de geur der
gebarsten granaatappels. Zij vluchten en verliezen zich in de damp van de horizon, en
vluchten altijd voort als dwarrelende pluizen. En wie ze ooit van te voren zag, hij
hervindt ze nimmermeer.
Vele mensen zijn bij de Stille Plantage geweest, en hebben de woestenij gezien, deze
kostelijke woestenij van planten die groeien over planten, van bomen die nieuwe bomen
overschaduwen, eiken beladen met wuivende tuinen. Zij hoorden het kwinkeleren van klein
gevogelte dat nooit verschrok door luide mensenstemmen. Jonge apen buitelden van vreugde,
een oude riep met de galm van een sirene; ver achter klaterde het water toen
paradijsvogels speelden met jonge eekhoorns, en het strakke blauw in zuilen licht omlaag
kwam tussen bruine stammen. Oerwoud, wildernis, woestenij. Niemand wist dat hier ooit,
voor lange jaren, de Stille Plantage geweest was.
Maar stilte was er nog. De zoemende stilte van vele geluiden die het zwijgen zijn der
natuur.