Henriette van Eyk

smcplaza.gif (3292 bytes)
www.smc.nl


HomePage ] Omhoog ] Zoeken ] Literatuur 1100 - 1920 ] Interbellum (1920 - 1940) ] Literatuur over WO II ] Literatuur na 1945 ]

 

HomePage
Omhoog
Roland Holst
Henriette van Eyk

Henriette van Eyk

 

13vanEijk.jpg (82984 bytes)

 

Niet alles van het humoristische werk van  zal nog gelezen worden, maar zeker wel haar boek De kleine parade. Hierin komt het onvergetelijke verhaal Ruitjespak voor.

Het tweede deel van deze verhalenbundel (waarvan de verhalen trouwens thematisch bij elkaar horen) heet Intieme revue. Deze twee boeken vormden begin jaren tachtig uitgangspunt voor een musical van die naam.
Verder zijn haar kinderboeken populair geworden, bijvoorbeeld Michiel de Mug.
Maar haar andere vele columns en verhalenbundels zijn - misschien terecht - volkomen uit de belangstelling geraakt.

Hieronder de eerste paar bladzijden van het befaamde verhaal Ruitjespak:

Betty en ik zijn vriendinnen, erg gefortuneerd en erg knap (uiterlijk), gesjinkuld, en vreselijk goed ontwikkeld (geestelijk), want Betty krijgt - heel dure zanglessen, en ik leer Italiaans en Dalcrozedansen; waarmee ik maar wil zeggen, dat een mens nooit te lui moet zijn om te werken.
Nee, werken is heerlijk. Betty en ik zijn er dol op, en zodra we een ogenblikje vrij hebben, werken we.
Zo zijn we een tijdje geleden gaan werken voor een soort acte; niet omdat 't nodig was, maar zuiver en alleen uit liefde.
We hadden acte Frans gekozen.
Een vreselijk zware acte!
Toch kostte 't ons zo goed als géén moeite om, klaar te komen voor het examen.
Dat examen zelf was niet eerlijk.
Maar ach, wat is feitelijk een examen !
Tenslotte komt het toch maar aan op de kènnis, dat zegt Papa ook altijd.
De dag van ons examen, dat niet eerlijk en in Den Haag was, begon akelig.
't Regende, wat naar is, met 't oog op de krul in m'n haar, die weggaat met vochtig weer, en toen we Betty hadden afgehaald was Betty zo bespottelijk zenuwachtig, dat ze mij ook zenuwachtig maakte.
En onze chauffeur maakte ze zo verschrikkelijk zenuwachtig, dat ie eerst tegen een tram, en toen tegen een meneer aanreed, wat hem bijna krankzinnig van ergernis maakte, waarna ie dwars over een trottoir het station bereikte.
Het was een droeve stoet, die tenslotte binnentrad en de trap opging naar het verkeerde perron.
Voorop ging ik met de krul uit m'n haar.
Daarna kwam Betty, spierwit, en voortdurend bezig met het aan- en uittrekken van haar handschoenen -en 't opeten van haar zakdoek; daarachter mijn Papa en Betty's Papa met onze koffertjes en bezorgde gezichten, tenslotte Betty's Mama, die haar perronkaartje kwijt was, en de mijne, die struikelde over iets dat er niet lag en er ook niet behoorde te liggen.
Zodra we allemaal boven waren en zagen dat de trein op een ander perron stond, gingen we weer naar beneden.
Onder aan de trap stond ons Noodlot.
Een klein dik mannetje in een ruitjespak.
Hij droeg bruine kraakschoenen, een pet boven, een wrat op-, kraalogen in - en een grote parelachtige dasspeld onder z'n gezicht.
Zijn bagage, bestaande uit een papier-maché koffer met een deuk, een papier-maché koffer zonder deuk, een actetas, een veldfles aan een riem, een rond pak in grauw-, en een langwerpig pak in krantenpapier, had hij in een kring om zich heen vergaard.
Hij glimlachte.
Waarom hij glimlachte, weet ik niet. Waarschijnlijk om zichzelf.
Maar mijn Papa, die ontzettend galant is, dacht dat ie de face-à-main van Betty's Mama uitlachte.
"Meneer," zei Papa dus, "meneer, U staat hier in de weg. - Zoudt U opzij willen gaan? U is vreselijk hinderlijk."
Ruitjespak scheen op te schrikken.
"Pardon" zei ie ,,0 gut, pardon," en zich vastklampend aan z'n bagage, zette hij zich ijlings in beweging.

 

 Vorige HomePage Omhoog